header logo nl

 
 
resultaten web
 
 

: CHECKMATE 025

 

Studie naar het effect van nivolumab versus everolimus in vooraf behandeld geavanceerd of gemetastaseerd helder niercelcarcinoom

 gerapporteerd september 2015
 

HOEVEEL

mensen namen aan het onderzoek deel?

In totaal namen 821 patiënten op 146 studielocaties in 24 landen in Noord-Amerika, Europa, Australië, Zuid-Amerika, en Azië deel aan dit onderzoek.

STUDIE

ONTWERP

Hoe was de studie opgezet?

Alle deelnemende patiënten werden willekeurig in twee groepen verdeeld. Na deze willekeurige randomisatie werden in totaal 803 patiënten behandeld. 406 patiënten werden behandeld met nivolumab (OpdivoTM) als monotherapie, 397 patiënten werden behandeld met everolimus (AfinitorTM) als monotherapie:

  • nivolumab (Opdivo™) is een volledig humaan monoklonaal antilichaam gericht tegen PD-1, dat nog niet is goedgekeurd voor RCC
  • everolimus (Afinitor™) is een orale, mTor-remmer en een goedgekeurde behandeling voor RCC.
De twee groepen werden evenwichtig verdeeld op basis van demografische en klinische kenmerken van de patiënten. De meerderheid van de patiënten (72%) was eerder behandeld voor geavanceerd niercelcarcinoom.
Studien Design Checkmate025 web

1) Nivolumab werd om de 2 weken intraveneus gegeven tot gedocumenteerde ziekteprogressie, of tot hiermee werd gestopt vanwege toxiciteit of als de patiënt hier niet langer toestemming voor gaf.

2) Everolimus werd oraal dagelijks ingenomen tot gedocumenteerde ziekteprogressie, of tot hiermee werd gestopt werd vanwege toxiciteit, of als de patiënt hier niet langer toestemming voor gaf.

RESULTATEN

van de studie

Het onderzoek had als doel enkele vragen te beantwoorden:
  1. Zal de nieuwe behandeling (nivolumab) een betere algemene overleving tonen (die werd gedefinieerd als de tijd van de randomisatie tot de datum van overlijden)?
  2. Hoeveel patiënten zullen reageren op elke therapie (objectief responspercentage)?
  3. Hoe lang zullen patiënten blijven reageren op de therapie totdat hun ziekte verslechtert (progressievrije overleving)?
  4. Is er een verband tussen algemene overleving en de tumor-expressie van PD-L1 (meer informatie over PD-L1 kunt u hier lezen)? Het doel van dit onderzoek (“biomarkers”) is uit te zoeken of artsen kunnen voorspellen wie op de behandeling zal reageren en wie niet.
  5. Wat zijn de bijwerkingen van de therapie en hoe ernstig zijn deze?
De volgende resultaten werden geobserveerd:
  1. Gemiddeld hadden de patiënten in de groep die met nivolumab waren behandeld voordeel van een algemene overleving (OS) van meer dan 5 maanden ten opzichte van de patiënten in de groep die met everolimus waren behandeld.
  2. Het objectieve responspercentage met nivolumab was 25%. M.a.w., elke 4e patiënt in het onderzoek reageerde gedurende een bepaalde periode op de nieuwe therapie. In sommige gevallen waar de behandeling was gestopt om andere redenen dan de progressie van de ziekte, lijkt de respons van de patiënt te hebben voortgeduurd.
  3. De mediane progressievrije overleving was 4,6 maanden in de nivolumab-groep, wat bijna hetzelfde was als in de everolimus-groep met 4,4 maanden. De onderzoekers bestudeerden van nabij de groep personen die goed op de behandeling reageerden, en geen progressie van de ziekte toonden na 6 maanden behandeling. De analyse van deze subgroep van patiënten toonde een mediane progressievrije overleving van 15,6 maanden.
  4. Nivolumab toonde een overlevingsvoordeel in patiënten ongeacht de graad van de PD-L1 expressie in hun tumoren. Dit geeft aan dat er geen duidelijke biomarker als selectiecriterium wordt gebruikt – m.a.w., het is niet duidelijk hoe kan worden bepaald welke 25% van de patiënten baat kan hebben bij de behandeling.
  5. Bijwerkingen kwamen in beide groepen voor maar leken minder ernstig in de nivolumab-arm. De meeste algemene bijwerkingen die werden geassocieerd met de behandeling onder de patiënten die nivolumab kregen waren:
  • moeheid (134 patiënten, 33%),
  • misselijkheid (57 patiënten, 14%),
  • pruritus/jeuk (57 patiënten, 14%).
De bijwerkingen die in verband werden gebracht met de behandeling kwamen voor bij 8% van de patiënten die met nivolumab en bij 13% die met everolimus waren behandeld.

Als u het volledige document voor de Checkmate 025 studie wilt lezen, kunt u hier terecht: http://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa1510665

CONCLUSIE

 

Sinds 2015 is er aanzienlijke vooruitgang geweest in de behandeling van niercelcarcinoom, nadat de eerste gerichte therapieën (lees hier) werden goedgekeurd. Maar wij zoeken nog steeds naar verdere therapieën om geavanceerde nierkanker te kunnen behandelen. IO-therapieën zijn veelbelovend, maar er zijn nog steeds veel vragen.

De Checkmate 025-studie was de eerste fase III-studie waarin het klinische voordeel kon worden aangetoond van een checkpointremmer (nivolumab) voor geavanceerde nierkanker in de 2e-lijnstherapie.

Er blijven nog vragen over die in verdere studies moeten worden beantwoord. Een aantal patiënten reageerde bijvoorbeeld helemaal niet op nivolumab. Gegeven dat 25% van de patiënten die nivolumab kregen, goed reageerden, hoe kunnen wij dan voorspellen wie hier baat bij zal hebben en wie niet? Is het veilig om de therapie te stoppen?

Er is verder onderzoek nodig om de patiëntenselectiecriteria beter te begrijpen, waaronder biomarkers, samen met de mogelijkheden voor het combineren van de behandelingsopties met nieuwe therapieën.

DEEL

uw ervaring

Was u een van de patiënten die aan de Checkmate 025 studie heeft deelgenomen? Als u uw ervaring met anderen wilt delen, stuur dan een e-mail naar:Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Weet dat uw ervaring andere patiënten en patiëntenorganisaties kan helpen. Uw naam en gegevens zullen niet worden gepubliceerd of gedeeld zonder uw uitdrukkelijke schriftelijke toestemming. Voor gegevens over ons privacybeleid, klik hier.

Disclaimer: Dit is een patiëntvriendelijke samenvatting van de resultaten van deze klinische studie die medisch getoetst is, maar die slechts ter informatie dient.

Terug naar het overzicht van de studieresultaten: Eerste studieresultaten